Maurice la Rooy

 Afbeelding invoegen
Naar de collectie
Glas is koppig
 
Een jonge hond is het. Maurice la Rooy. Grote een beetje brutale ogen kijken, hup, zo de wereld in: hier ben ik! Een eigenwijs sikje net als zijn haar, een beetje tegen de keer in en nog net niet in de contramine maar het zou elk moment kunnen gebeuren als hij tenminste niet weerhouden wordt door dat nadenkende dat er ook altijd is. Hoppa. Daar was hij ineens. Na zijn opleiding Graphic Design die hij deed omdat hij wilde tekenen en designen. Maar voor hij het wist zat hij voornamelijk achter zijn computer. Geen pen. Geen papier. Geen bloed. Geen zweet. Geen tranen. En het ergste van alles; geen vieze handen! Wat moet een mens met schone handen in dit leven? Saai, dacht Maurice. Ik moet bewegen. Ik moet voelen. Ik moet ruiken. Zweten. Werken.
Afbeelding invoegen
En zo stond hij op een dag in het atelier waar hij in zijn jeugd al met zijn handen in de zakken met glasscherven zat. Waar hij speelde en keek en luisterde en de atelierkat aan zijn staart trok maar waar hij glas nooit als werk gezien had. Nooit als toekomst. Nooit als iets dat je kan doen! Maar ineens was het er. Die gedachte. Hier kan ik werken. Hier wil ik werken. Nu. Of misschien wel iets later. Hij zei tegen Richard Price die naast hem stond: ik geloof dat ik glasdesigner wil worden. Als dat zo is dan verwacht ik je morgen om 8.00 uur in het atelier, zei Richard. En meer was niet nodig. De boodschap was duidelijk genoeg. Als je echt wil dan ga je en dan doe je alles wat nodig is en niets minder. Wel meer. En daar ging Maurice. In rengalop bijna. Kattaklop. Zoveel tijd om in te halen. Zo veel ideeën om uit te werken. Zo veel glas om te blazen en te vormen en te bevechten en lief te hebben. Richard Price werd vanaf dat moment zijn full time mentor. Een man om tegen op te kijken. Een man om van af te kijken. Een man die zijn kennis en kunde over wilde dragen. Een man om mee samen te werken en te leren en te leren en te leren.

 
Maurice la Rooy wil eigenlijk nog steeds illustratief werk maken. Maar dan drie dimensionaal. Zijn sculpturen vertellen altijd een verhaal. Maar dan wel in één beeld. Er is geen ‘voor’ in het verhaal en er is geen ‘na’. Er is alleen dit beeld dat alles vertelt. 

‘Terwijl ik met het glas bezig ben is het alsof we in gesprek zijn. Tijdens het proces verandert het glas voortdurend van consistentie. Van koud naar warm naar vloeibaar en het glas doet niet altijd wat ik wil, wat ik dacht. Glas is koppig. We spreken, en tijdens die dialoog komt de sculptuur langzaam tot leven. Wordt geboren en krijgt een ziel en valt samen met wat er in mijn hoofd bedacht was. Tot de laatste fase. Als het glas klaar is en ik het uit de afkoeloven haal. Dan is het klaar. Is het niet meer van mij maar voor de wereld. Het is bijna alsof wat tot leven kwam dan gestorven is. Omdat ik het weggeef. Afstand neem. Niet meer aan dit werk kan creëren. Niets meer in beweging kan zetten. Er is dan alleen nog het statische glas. Dat zonder mij zijn verhaal moet gaan vertellen’.

Afbeelding invoegen